Mediaprofiel: netwerker onder de loep.

februari 28, 2016

Momenteel wordt op de universiteit Tilburg de cursus mediawijsheid gegeven, waar Hans van Driel de studenten uitdaagt en inspireert zich te ontwikkelen op het gebied van Mediawijsheid. Daarin is de student leidend in zijn eigen leerproces: wat wil ik leren? De studenten houden hun ontwikkelingen bij op een zelf vorm te geven digitaal portfolio. Ze hebben met het onderzoek Mediaprofiel een digitaal gezicht gekregen: wie ben ik online?

Het lezen van de portfolio’s is voor mij goud waard. Ik krijg een beeld over hoe de studenten denken en zich willen ontwikkelen betreffende de mediaprofielen. Met veel interesse las ik de portfolio van Sjoerd Spoelstra met name over het mediaprofiel netwerker.

De definitie van een netwerker in Mediaprofiel is:

Een netwerker is een interactieve gebruiker van diverse nieuwe media. Netwerkers communiceren via diverse applicaties met vrienden en collega’s. Ze zijn actief binnen diverse sociale netwerken en hebben een bewust vormgegeven profiel op meerdere sociale netwerksites. Netwerkers reageren alert en constructief op berichten van anderen. Ze gaan online relaties aan en koesteren bestaande relaties. Ze stimuleren de interactie tussen anderen en inspireren anderen optimaal gebruik te maken van sociale netwerken. Een netwerker is behalve op zichzelf ook gericht op het gemeenschappelijke doel van de community als geheel. Hij waakt over de netetiquette binnen sociale netwerken en gaat uitsluiting en destructief gedrag van anderen tegen.

Daarnaast beschrijf ik een aantal tags: informatie zoeken en delen, meerdere profielen op social media, faciliteren online community, interactie stimuleren, deelnemers uitnodigen, presenteren, netetiquette bewaken

Hebben deze tags de student op het verkeerde been gezet? Zijn deze tags wel een juiste weergave van het mediaprofiel?

De student beschrijft over de netwerker: “Ik dacht hierbij voornamelijk aan dat dit zou betekenen dat je een professioneel/formeel netwerk opbouwt met behulp van professionele/formele social media (LinkedIn)” Het gaat hier echter meer over het faciliteren in je eigen online community en deelnemers stimuleren om interactie aan te gaan. Ik vind het niet nodig om anderen te stimuleren in mijn netwerk om interactie aan te gaan met elkaar, want dit is alleen nodig als er samengewerkt moet worden in groepsverband.”

Graag wil hierop reageren.

Het is goed om eerst het verschil tussen een netwerk en een community te formuleren. Om deze twee begrippen te duiden maak ik dankbaar gebruik van het boek ‘ E-learning Trends en ontwikkelingen’ van Wilfred Rubens (2013) (gratis download). Deze uitleg geeft precies de richting die ik zoek.

Schermafbeelding 2016-02-27 om 19.09.56

Bron: ‘E-learning. Trends en ontwikkelingen’ Rubens, W. (2013).

Het verschil zit o.a. in het ad hoc en informele status in netwerken versus gestructureerd en formele status in community’s.

In mijn Linkedin en Twitternetwerk heb ik samen 2877 connecties, een netwerk waar ik vrij ad hoc deel en leer. Ik neem deel in een aantal Linkedin groepen en ben zelf organisator van een aantal groepen. Het informeel leren door interactie staat bij mij in deze netwerken voorop. Om als voorbeeld te noemen; ik heb lijsten aangemaakt in mijn Twitternetwerk om vooral de informatiestroom te organiseren. In de lijsten heb ik mensen geplaatst die een gemeenschappelijk doel of onderwerp hebben (bijvoorbeeld de lijst Transitie, met twitteraars die informatie delen over het onderwerp transities). Deze lijsten zijn dynamisch; er zijn mensen die mij inspireren en aanzetten tot leren maar de mensen die mij niets te bieden hebben verwijder ik uit de lijsten. Je gaat mensen vertrouwen, je ontmoet mensen in real life en zo ben ik het twitternetwerk ook gaan inzetten om vragen te stellen, te brainstormen, ideeën aan te scherpen etc.. Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van Mediaprofiel. Door Hans van Driel te vragen (via Twitter) voor input en feedback, is het inmiddels uitgegroeid van een idee naar een echt product.

Het opbouwen van een netwerk is per definitie interactief: een wederzijdse actie tussen mensen.

De student heeft de interactie gekoppeld aan samenwerken en dat hoeft dus niet zo te zijn. Met samenwerken heb je een gezamenlijk doel en bij interactie hoeft dat niet. Je bouwt aan relaties in een netwerk door een vorm van verbinding die leidt tot bijvoorbeeld een conversatie, delen van objecten, het elkaar ontmoeten of het plaatsen van personen in een vriendenlijst. Ik zorg in mijn netwerk voor verbindingen tussen mensen omdat ik zie dat ze iets voor elkaar kunnen betekenen. Zo koppel ik mede-ondernemers aan klanten uit mijn netwerk omdat ik weet dat ze iets voor elkaar kunnen betekenen. Mensen gaan mij hierdoor meer vertrouwen en dat heeft een positief effect op mijn reputatie in mijn netwerk.

Daarnaast participeer ik ook in een community (de Transitie). De Transitie is ontstaan vanuit een ad hoc netwerk. We zijn spontaan ontstaan en steeds meer gaan organiseren door onze gemeenschappelijke waarden. Om te spreken met de niveaus van vertrouwen (geformuleerd door Martin Dugage, 2006) zitten we op niveau vijf: “We interact to reach shared beliefs and values”. Het vertrouwen is langzaam opgebouwd door te ervaren dat we van elkaar kunnen leren en een gezamenlijke visie dragen op veranderprocessen. We hebben een formele status geformuleerd in een gezamenlijke website.

Beiden bestaan naast elkaar en horen bij het begrip netwerker. Dus een netwerker is actief in netwerken en kan ook in community’s deelnemen. Ik realiseer me dat de tags het misschien niet helemaal goed overbrengen. Wordt het beter door het als volgt te beschrijven?

Leren en delen in netwerken, meerdere profielen op social media, faciliteren van community, interactie stimuleren, baan/opdrachten zoeken, presenteren, netetiquette bewaken.

We zullen hierop gaan reflecteren en de tags en definitie aanscherpen. Het is nooit af!

Lees meer over mediaprofielen. 

email

2 Comments. Leave new

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *